Afgelopen vrijdag stelde het TV programma Zembla de samenwerking tussen het Wereld Natuur Fonds en houtkapbedrijven ter discussie. Kunnen wij als NGO bedrijven wel veranderen? Of kunnen alleen overheden dat, zoals Jan Pronk stelde? Waar ligt de grens tussen vergroenen van de economie en greenwashing (zie http://www.wnf.nl/nl/actueel/nieuws/bericht/?bericht=6494#.ULyaif6D4H8.email)?

De komende drie dagen spreek ik met mijn collega’s van WWFs Global Forest Trade Network GFTN over de richting die GFTN de komende 3 jaren in moet slaan. In de afgelopen 20 jaar hebben GFTN deelnemers uit 30 landen bij elkaar ruim 20 miljoen hectare bos onder beheer met het FSC-certificaat gebracht. Dat is vijf keer Nederland en 14% van het wereldwijde areaal FSC gecertificeerd bos. De komende jaren moet dat percentage sterk omhoog wil duurzaam bosbeheer de norm worden.

De Bossen strategie van het Wereld Natuur Fonds is helder.

De meest waardevolle (biodiverse) bossen proberen we onder volledige en blijvende bescherming te krijgen (bv als Nationaal Park). Wereldwijd in UN verband is een afspraak om 17% van het land te beschermen. Dat is ons minimum en in bosrijke landen valt er veel buiten dat niet beschermd wordt.

Daarom proberen we de bossen rondom deze nationaal parken en andere waardevolle bossen onder duurzaam bosbeheer te krijgen, op dit moment betekent dat voor ons FSC beheer. Dit is de belangrijkste economische activiteit waarbij geld wordt verdiend aan het bos terwijl het gehele bos en zijn biodiversiteit blijft behouden. Buiten deze industriële houtkapconcessies proberen we bos onder community beheer te krijgen om lokale economische ontwikkeling te bevorderen die niet ten koste gaat van het bos. Dit doen we onder andere via het GFTN programma.

Om conversie van bos ten behoeve van agroindustrie en veeteelt en bijgaand verlies van bos met hoge beschermingswaarde (HCV) tegen te gaan dringen wij aan op toepassen van duurzaamheidscriteria zoals RTRS voor soja en RSPO voor palmolie.

Beslissingen over landgebruik en ontbossing proberen we te beïnvloeden door alternatieve vormen van financiering te vinden zoals klimaatgelden (REDD) en payment for environmental services.

Gaat dit werken?

Het is in elk geval het beste idee dat ik heb gehoord en ik zet me er volledig voor in. Wie een beter plan heeft mag het roepen.
Ondertussen ben ik druk bezig om testvluchten met ecodrones in de Republiek Congo te organiseren. Volgende week ga ik met collega’s van WWF and African Parks Network een aantal onbemande vliegtuigjes met foto en video camera’s testen in het Odzala nationaal park. Doel: tellen van olifanten en opsporen van olifant stropers.

Gaat dat werken? Blijf de blogs volgen, ik ga ook video beelden uploaden.