Duurzaamheid is een breed begrip. Hieronder mijn indruk van enkele aspecten die betrekking hebben op de duurzaamheid van het eiland.

De eerste indruk is goed. Bij de landing op Curaçao word je verwelkomd door een rij windmolens. Het eiland oogt prachtig, paradijselijk bijna. Uitgestrekte rotsachtige vlakten met bijzondere vegetatie afgewisseld door (in het regenseizoen) hele groene gebieden. En dan zijn er natuurlijk nog de stranden en de onderwaterwereld, een belangrijke reden dat menig toerist (waaronder ikzelf) dit mooie eiland bezoekt.

Maar zal dit eiland over tien jaar nog steeds zo mooi zijn?

We kunnen niet in de toekomst kijken, maar wel om ons heen. En wat je daar ziet is schokkend: afval, heel veel afval. Overal. Langs de stranden ligt veel (aangespoeld) plastic afval, zoals drinkflesjes, blikjes, slippers en verpakkingsmaterialen. Meer landinwaarts wordt huishoudelijk afval in de natuur gedumpt. Daarnaast worden vele oude schepen niet opgeruimd. Ze blijven gewoon ergens liggen, alleen materialen die nog iets opleveren worden door de lokale bevolking geript. Giftige stoffen komen terecht in het grondwater en vele zeedieren en -vogels zien het plastic aan voor voedsel, met alle gevolgen van dien. Not good. 

Naast het rondslingerende afval, zijn er ook nog een paar andere verbeterpuntjes op het gebied van duurzaamheid voor Curaçao. Het valt op dat er nauwelijks lokale gerechten op het menu staan; er worden vooral veel (minder duurzame) westerse gerechten aangeboden. Ook de luchtkwaliteit zou een stuk beter kunnen. Tijdens mijn tijd op Curaçao rook het een aantal keer naar verbrand rubber. Dit zal ongetwijfeld met het slechte wegdek te maken hebben. Veel grote kuilen in de weg, die de levensduur van de auto's niet ten goede zullen komen. Ik heb zelfs een auto die in brand leek te staan voorbij zien komen rijden alsof er niks aan de hand was. Ook de, slecht onderhouden, olieraffinaderij vervuilt de lucht. En het water.

De reisgids (ANWB, 2012) biedt inzicht in twee andere bedreigingen voor de natuur op Curaçao. 
Loslopende geiten vormen een probleem. Jonge struiken en bomen krijgen de kans niet om te groeien, aangezien hun blaadjes lekkere hapjes voor de geiten vormen. Daarnaast doen palmbomen beroep op het kostbare water. Deze bomen komen op Curaçao van nature niet voor, maar kunnen hier, wanneer je ze veel water geeft, toch groeien. Hierdoor worden de natuurlijke zoetwaterbronnen uitgeput en moet het water op een andere, minder duurzame, manier worden verkregen: ontzilting van het zeewater.

De informatievoorziening is redelijk goed. Op bijna ieder strand staan er bordjes met informatie over het Lion Fish project en over programma's die de koraalriffen monitoren. Ook in het Sea Aquarium wordt benadrukt geen haaienvinnensoep te eten en lokale producten te kopen, in verband met de vervuiling die transport met zich meebrengt en omdat schepen kunnen botsen met walvisachtigen én onderwater geluidsoverlast veroorzaken. Tijdens een uitstapje naar Klein Curaçao gaf de crew ook een goede briefing op het gebied van afval: "De regel is: niks overboord. Je kunt er rekening mee houden dat elk stukje afval dat je overboord gooit gelijk staat aan één zeeleven." 

Mijn totaalplaatje van Curaçao is dat er nog heel veel kansen op het gebied van duurzaamheid liggen. Denk aan bewustwording van de schadelijke gevolgen van onder andere rondslingerend afval. Of aan energiebesparing. Maar ook aan fondsenwerving. Bij het Sea Aquarium heb ik bijvoorbeeld niks over goede doelen kunnen vinden. Terwijl mij dit de plek bij uitstek lijkt om geld in te zamelen voor de bescherming van de oceaan. Het is belangrijk dat we zuinig omgaan met het eiland en haar onderwaterwereld. Laten we streven naar een eiland dat over tien jaar even mooi, al dan niet mooier is geworden. Het WNF kan hierbij helpen. Bijvoorbeeld door met Bonaire te laten zien hoe het ook anders kan.

Bedankt voor alle mooie resultaten die nu al zijn behaald & keep on the good work! :-)